Toneelvereniging d'Eglantier

Uw afspraak met een avondje plezier...

Onze geschiedenis


De rederijkers : het begin

Geschiedenis d'Eglantier Men mag gerust stellen dat onze toneelvereniging in het spoor trad van een lange toneeltraditie, want reeds op het einde van de 18e eeuw acteerde Geen Baetzugt tot Winst, maer over tot de Kunst. Dat rederijkersgezelschap stond zelfs in een wedstrijd te Wetteren op 17 september 1797 voor het voetlicht met de uit het Frans vertaalde tragedie Gabriëlle van Vergy. Dat is het enige bekende optreden, dankzij een notitie door E. Van der Straeten in zijn boek Le théâtre Villageois en Flandre.

Voor de geschiedenis bleef er meer bewaard van de op 1 oktober 1863 gestichte zang- en toneelmaatschappij Kunst naar Vermogen die zich tot doel stelde het beoefenen van de zangkunde, de bevordering der beschaving en het vereren van godsdienst en vaderland. Uit het kasboek blijkt dat aan de zang meer belang werd gehecht en zelfs aan de toneelavonden was een gedeelte zangspelen en/of luchtige zangen verbonden. Het hoogtepunt kende deze vereniging op 15 juni 1913 toen t.g.v. het Gulden Feest een grote stoet door de straten trok en op twee kiosken acht muziekkorpsen schitterden. Op 5 en 12 maart 1922 trad men voor het laatst op met o.m. het drama Een getrouwe knecht van Jaak Geertsen.

Politieke complicaties…het begin van het einde !

Geschiedenis d'Eglantier Maar ook het toneelbloed kroop waar het niet gaan kon, zodat veel van de leden mekaar terugvonden in de in 1924 opgerichte toneelbond De Xaverianen - Door Deugd naar Vreugd, onder impuls van onderpastoor Willems. Zij traden aanvankelijk op in een loods van E. Van Herreweghe, maar verhuisden in 1930 naar de zaal Julia in het dorp. Twee jaar nadien echter splitte die kring door politieke inmenging. Een deel zocht een onderkomen bij de nieuwe Liberale bond Kunst Veredelt. Die zou ruim een kwarteeuw op de scène blijven. Regie en toneelleiding bleef heel die periode in handen van Odilon De Cock, die ook actief was in de Gentse toneelwereld.

Ondertussen was in 1928 nog een kring gestart onder de naam Door eigen kracht, of zoals ze al vlug in de volksmond genoemd werden De Vlaamse Toneelbond, omdat zij na elke vertoning ook nog De Vlaamse Leeuw muzikaal vertolkten. Ook zij verhuisden in 1930 naar het podium bij Julia. Daar werd tevens een nieuw bestuur verkozen en werd de doopnaam in Door liefde en goede wil gewijzigd. Zij pakten uit met een gedurfd stuk. Onder de regie van de pas afgestudeerde licentiaat in de Germaanse filologie en doctor in de letteren en wijsbegeerte, Maurits Oosterlinck, speelde men De anarchist, een voor die tijd revolutionaire toneelavond, waarop zelfs enkele rijkswachters kwamen meekijken. In hun verslag werden echter geen opmerkingen gemaakt over inbreuken op de politieke zeden! In 1934 sloot die bond ook aan bij Door Deugd naar Vreugd die tot WO II bleef voortbestaan.

Meteen na de oorlog namen de katholieken de toneeldraad weer op. Een verjongde ploeg trad in de schijnwerpers, alweer met een nieuwe naam, Hoger Streven. Zij debuteerden in de nieuwe en moderne zaal Volkskring met het stuk van Anton Coolen, Kinderen van ons volk. Mettertijd gaven ze minstens vier opvoeringen per jaar en schreven ze zelf enkele knettergekke revues waarin de draak gestoken werd met het veelkleurige Serskampse volksleven na de wereldbrand. Zij vertoonden ooit Katelijne van Yvonne Waegemans waarin het probleem van een ongehuwde moeder werd uitgesponnen. Het stuk was verboden onder de 18 jaar, maar lokte bomvolle zalen.

Geschiedenis d'Eglantier

Tien jaar lang regisseerde Remi Rasschaert die nadien werd opgevolgd door Daniël Mortier, de latere TV-sportjournalist. In 1965 stond die kring echter voor het laatst op de planken met Huwelijksreis zonder man. Serskamp zat meteen zonder toneel voor bijna twintig jaar.

Toen in 1965 de Serskampse, eens zo bloeiende toneelvereniging Hoger Streven ophield te bestaan, was dat voornamelijk het gevolg van onverdraagzaamheid. Serskamp was zo verscheurd door de dorpspolitiek, dat het ene individu de andere het zonlicht niet meer gunde. Initiatieven van de ene groepering werden door andere de grond in geboord. Een ander element dat zeker leidde tot de ondergang was de opkomst van het medium televisie.

Zo kwam het dat podia in het rozendorp 20 jaar lang verstoken bleven van licht uit toneelspots, en dat Serskamp op de koop toe onthouden werd van zowat alles op het socio-culturele vlak. Een doods dorp was het, waar niets te beleven viel. Geen wonder dus dat vele jongeren in de buurgemeenten Schellebelle, Lede en Wetteren zochten wat zij in het eigen dorp niet vonden…

Een nieuw begin : d'Eglantier

Toen in 1984 de kersverse burgemeester, John Taylor, in samenwerking met het prille ACW, ter gelegenheid van Rerum Novarum enkele mensen bij mekaar sprokkelde om opnieuw een toneelvoorstelling op het getouw te zetten, was dat de eerste vonk van een hernieuwd verenigingsleven.

Uit as van Hoger Streven herrijst d’Eglantier, blokletterde een krantenknipsel uit mei 1984. Een citaat:

“Met medewerking van het ACW en ter gelegenheid van de Rerum Novarumherdenking verschijnt op vrijdag 11 mei een nieuwe toneelkring op de planken van het Jeugdheem. Deels met de leden van de vroegere kring ’Hoger Streven’, deels met jong en nieuw talent, brengt de pas opgerichte vereniging ‘d’Eglantier’ “De Spaanse Vlieg”, een komedie van Arnold & Bach in een regie van Hugo Baetens. Dat Serskamp zat te wachten op dergelijk initiatief blijkt reeds uit de belangstelling. Men moest al een bijkomende vertoning inlassen zodat er ook gespeeld wordt op 18 en 19 e.k.”

Het Jeugdheem waar werd gespeeld was destijds een halve ruïne. Het gebouw voldeed niet aan de minimumnormen van het toen toch ook al geldende comfort. Er waren bijvoorbeeld geen sanitaire voorzieningen. Het enige toilet bestond uit een buitenhok en had geen waterspoeling. De verwarming binnen, gebeurde met versleten mazoutkachels die het vaak lieten afweten. Er werd dus soms gerepeteerd bij binnentemperaturen onder nul. Maar we roeiden met de riemen die we hadden…

Geschiedenis d'Eglantier

De eerste keuze viel dus op de komedie De Spaanse Vlieg en onder de vertolkers waren heel wat debutanten te vinden, naast een paar oud-leden van Hoger Streven en enkele amateurs die al elders op het podium hadden gestaan. De opvoeringen vonden plaats op 11, 18 en 19 mei 1984. De opbrengst van de vertoningen ging naar de herstellingswerken aan het Parochiehuis het Jeugdheem. Een krant blokletterde : Spaanse vlieg, hopelijk geen ééndagsvlieg voor d’Eglantier.

De aanzet was gegeven en men wilde deze nieuwgeborene ook officieel maken. Op 11 september 1984 werd een bestuur gekozen voor de toneelvereniging d’Eglantier. Het was een niet zo toevallige naamkeuze als men weet dat de eglantier ook een wilde rozensoort is, voor de florakenners de rosa rubinigosa. Serskamp staat immers bekend als een plaats waar sinds jaren door hard werken rozen worden geteeld en veredeld. In die geest wou de amateursgroep pogen, stap voor stap, beter toneel te brengen. Kon men in het rozendorp, dat op de rozenroute ligt, een toepasselijkere doopnaam geven ?

Onder het voorzitterschap van Achiel Erauw kende het Serskampse toneel terug betere tijden. Het secretariaat werd van dan af en gedurende 10 jaar waargenomen door Gino Venneman. Het bestuur bestond verder nog uit Maurice De Bremme, Herman Gertner, Hans De Wael, Patricia Van Thuyne en Rita De Clercq. Er werden regels afgesproken en samengesmolten in een intern reglement.

Van bij het begin werd duidelijk gesteld dat men niet in dezelfde fouten mocht hervallen als in het verleden. Politiek was nog steeds een zere teen waarop zeker niet getrapt zou worden. Het enige doel was de Serskampse bevolking éénmaal per jaar een aangenaam avondje uit te bezorgen. En die bevolking was het daar blijkbaar mee eens, want het succes was overweldigend ! Van twee voorstellingen ging men al vlug naar drie, vier en vijf, want de vraag naar kaarten was werkelijk te groot.

Het succes van d’Eglantier leidde ook andere initiatieven in. Het Jeugdheem werd verbouwd en vernieuwd. Er kwam een aanbouw met keuken, 2 vergaderzaaltjes, een ingang en moderne toiletten. Overal werd centrale verwarming voorzien. Stilaan vonden ook andere verenigingen er hun onderkomen. Er mag gerust gesteld worden dat d’Eglantier een zeer grote steen heeft bijgedragen tot deze verrijzenis van het Jeugdheem, ook financieel, want na 6 jaar had het toneelbestuur in totaal reeds meer dan € 6200 geschonken aan de vzw Parochiale Werken die deze parochiezaal beheerde ! Nog vele duizenden euro’s zouden volgen in de jaren nadien. Bovendien heeft toneelkring d’Eglantier ook meegewerkt aan de verfraaiing van de zaal. Het nieuwe toneeldoek werd door de toneelvereniging aangekocht en eigenhandig gemaakt. Het podium werd vergroot en voorzien van stoftegelbekleding en een trapje. Het dure katrolsysteem om het doek open te draaien werd aangebracht. Ook de decorelementen en de podiumverlichting kochten wij zelf aan. Ze stonden steeds ter beschikking van andere verenigingen.

Belangrijke gebeurtenissen

Na de oprichting van de nieuwe vereniging was het hek pas goed van de dam. De volgende vertoningen werden reeds op 8, 9 en 16 februari 1985 gegeven met het stuk met de toepasselijke titel En zo begon het van Philip King, in een regie van Remi Rasschaert, die zijn strepen reeds gedurende 10 jaar had verdiend bij Hoger Streven. De kranten spraken lovend over d’Eglantier, dat het amper bij zijn tweede toneelseizoen niet ontbrak aan moed, omdat met deze komedie in drie bedrijven een moeilijk stuk op de planken van het Jeugdheem werd neergezet.

Decorbouwer in de beginjaren was Amedée De Mol, de 66-jarige ACV-voorzitter. Hij wist het schamele podium telkens tot een stijlvolle acteerruimte om te toveren. Later werd dit werk gedurende meer dan tien jaar overgenomen door Maurice François en André Vlaeminck. Ook zij wisten jaar na jaar decorpareltjes uit hun hoed te toveren.

Nog steeds in 1985, op 15, 16, 22 en 23 november, kwam het toneelstuk “Oscar” van Magnier, in een regie van Hugo Baetens, op de Jeugdheemplanken. Gezien het stijgend aantal toeschouwers werden er toen reeds vier vertoningen gepland. De kranten schreven : “Oscar werd hoogtepunt voor d’Eglantier”.

Drie jaar later, voor het stuk “Rare mensen”, moest d’Eglantier zelfs naar vijf vertoningen gaan, omdat de vraag naar kaarten verder bleef stijgen. Tot op heden is het bij datzelfde aantal vertoningen gebleven.

De regie zou lange jaren in handen blijven van Hugo Baetens. Hij was onze huisregisseur en nam maar liefst 18 van onze toneelstukken voor zijn rekening! De toneelkring is hem veel krediet verschuldigd. Andere regisseurs waren Remi Rasschaert (1 productie), Karel De Waele (1 productie), Joris Baetens (5 producties) en Daniël Ogiers (1 productie).

Geschiedenis d'Eglantier Geschiedenis d'Eglantier

Voor de chronologische opeenvolging van de toneelopvoeringen van toneelkring d’Eglantier en bijhorende foto’s verwijzen we u graag naar het onderdeel Repertoire in de linkse menubalk.

Voorzitters

Geschiedenis d'Eglantier De eerste tien jaar werd het voorzitterschap waargenomen door wijlen Achiel Erauw. Hij was de man met de grootste toneelervaring. Door zijn ongelooflijke mimiek, timing en voeling met het publiek, was hij als acteur onovertroffen in komische rollen, maar daartegenover stond zijn ernst in de voorbereiding van zijn personages. Zijn vroege rolkennis op de repetities was exemplarisch en zijn oog voor detail maakte hem perfectionistisch. Ook als voorzitter was voor hem toneel organiseren bittere ernst. Met zijn ervaring en enthousiasme leidde hij de toneelkring naar zijn eerste hoogtepunten.

Geschiedenis d'Eglantier Na die eerste tien jaar vond Achiel het tijd dat de fakkel werd overgenomen door de jongere garde. Hij werd in 1994 in zijn voorzittersstoel opgevolgd door Maurice De Bremme. In zijn eerste bestuursjaar mocht Maurice al meteen de feestelijkheden voor het 10-jarig jubileum organiseren en dat was hem op het lijf geschreven, want hij was de man van de kwinkslagen en de gezelligheid. In zijn 6 jaar durend voorzitterschap verruimde hij de bezigheden van de toneelkring: hij startte nieuwe tradities zoals de weekenduitstappen van d’Eglantier, wandeltochten, recepties, organisatie van sketches,… Deze activiteiten maakten van de toneelkring een hechte vriendengroep.

Geschiedenis d'Eglantier In 2000 nam Nadine Vereecken het roer over en zij trok de lijn door. Zij beklemtoonde nóg meer het sociale aspect van de kring. Gezamenlijke theaterbezoeken, tot in de puntjes verzorgde feestjes, gezonde natuurwandelingen en leuke fietstochten. Er kwamen ook gezellige weekends in Vresse, Champlon, Oostduinkerke en Heuvelland voor de leden. Maar ze forceerde ook meer regelmaat in de voorjaarsproducties die bij d’Eglantier ondertussen hun intrede hadden gevonden: een monologenfestival, een zeer succesrijke ‘schrikkeltocht’ doorheen Serskamp met boeiende vertellingen, uitnodiging van andere gezelschappen en poëzie-avonden. Er werd ook verscheidene malen opgetreden in het OCMW-rusthuis Molenkouter te Wichelen.

Geschiedenis d'Eglantier Toen in januari 2006 Nadine Vereecken haar ontslag gaf, bleef de toneelkring en zijn bestuur verweesd achter. Na eerder al 13 jaar de functie van secretaris te hebben waargenomen, nam Gino Venneman de taak van voorzitter over. Hij zette met zijn bestuur de door zijn voorgangers gestarte tradities verder, met voorjaarsactiviteiten, zomerwandelingen en -fietstochten en weekends in Schoppen en Burgh-Haamstede (NL). Samen met zijn bestuur loodst hij de toneelkring door het jubileumjaar 2009 met o.a. een feestelijke boottocht op de Schelde op 26 april en een eindejaarsproductie die voor de eerste maal niet in het Jeugdheem zal plaatsvinden.

En nog andere activiteiten ...

Serskamp heeft hoog IQ Met deze onwaarachtige titel pakte Het Volk op 5 maart 1988 uit. Het ACW van Serskamp had quizmaster Herman Van Molle bij de arm genomen om met een IQ-quiz de intelligentie van het Rozendorp te testen. Voor een nokvolle polyvalente zaal streden 12 ingeschreven ploegen voor de titel. D’Eglantier, met Renske De Bremme, Peter Van Hauwermeiren en Gino Venneman, triomfeerde. Dit kunstje werd twee jaar nadien nog eens fijntjes overgedaan. Ook bij de 11.11.11-quiz in november 1993 in het Veer te Schellebelle kwam d’Eglantier als overwinnaar uit de bus. Idem voor de 3 wijzen-quiz van de scouts in september 1994. In 2004 en 2005 namen we met verscheidene ploegen deel aan de Chiro-quiz.

Geschiedenis d'Eglantier D’Eglantier werd een socio-culturele vereniging en bewees dat door de deelname aan feestelijkheden in de rozengemeente. Op 23 mei 1993 vierde Bertha Huylebroeck haar 100ste verjaardag. Ook d’Eglantier vierde mee ! Ook op 3 oktober 1999 was d’Eglantier erbij toen het klooster van Serskamp zijn 100-jarig bestaan vierde met een folkloristische stoet.

Onze sociaalvoelendheid werd eveneens duidelijk door de optredens die in het OCMW-rusthuis Molenkouter te Wichelen werden verzorgd in 1996, 1998, 1999 en 2001 en door schenkingen aan goede doelen zoals de MS-liga in 2001, na het toneelstuk “Poetsman” en de VZW Niemandsland (thuislozenzorg) in 2003, na het stuk “De Zetel”. Ook onze herhaalde deelname aan de wafelenverkoop in de jaren negentig, in het teken van de actie Kom op tegen kanker, onderstreept dit.

Geschiedenis d'Eglantier
overhandiging cheque aan VZW Niemandsland in 2003

Sociaal zijn we ook, als we kijken naar de activiteiten die we in het verleden organiseerden voor onze leden. We zijn méér dan een toneelgroep !

Bij dit overzicht maken we dan nog geen melding van onze jaarlijke feestjes vanaf 1985, waarvan een aantal edities memorabel waren, en onze jaarlijkse, ‘bourgondische’ nieuwjaarsrecepties vanaf 1996. Bovendien hebben we steeds getracht onze leden in de bloemetjes te zetten bij speciale gelegenheden (geboortes, jubileums, huwelijken,…). Bij het onderdeel vriendenkring op deze site vinden jullie foto’s van een aantal van deze activiteiten.

Op het culturele vlak vermelden we dat we sinds 1984 deel uitmaken van de verenigingen aangesloten bij de Culturele Raad en dat we bijna ieder jaar aanwezig zijn op de algemene vergaderingen. Toen de gemeente Wichelen een oproep deed aan de verenigingen om deel te nemen aan het Cultureel Weekend in oktober 2004, gingen we daar graag op in. Idem voor de 11 juli-vieringen in 2006 en 2007 en voor de Week van de AmateurKunsten in mei 2007. Voor het jaar 2009 hebben we onze deelname toegezegd aan het project ‘Toneeltgemee’ van Opendoek, terug in het teken van de WAK. We zijn sinds 1997 lid van het Nationaal Vlaams Kristelijk Toneelverbond, afdeling Oost-Vlaanderen (AKVT) en daaropvolgend, sinds 2002, van Opendoek, de overkoepelende organisatie voor amateurtoneel in Vlaanderen. We lieten niet na om in de loop der jaren, in groep, tal van toneelvoorstellingen te gaan bekijken bij omringende amateurgezelschappen, maar ook in professionele theaters (NTG, KVS, Tinnenpot, Muntschouwburg,…). Voor een aantal voorjaarsactiviteiten werkten we in het verleden samen met andere Serskampse verenigingen (Davidsfonds, Vakantiegenoegens, jeugdbewegingen,…).

We noemden hierboven al enkele namen van mensen die een belangrijke rol speelden in de 25-jarige geschiedenis van d’Eglantier. Maar we konden in al die jaren ook terugvallen op een aantal andere zeer verdienstelijke leden. We noemen hierbij Mariette De Ketele, jarenlang bestuurslid, maar ook ‘meid van alle werk’: souffleur, actrice, rekwisiteur, initiatiefneemster van de jaarlijkse wafelenbak op de generale repetitie, koffiemadam, poetsvrouw, decoratrice,… Ook echtgenoot Paul Durinck met zijn onmisbare logistieke steun was er van in het begin bij.

Hans De Wael is de persoon met de langste staat van dienst in ons bestuur. Hij bleef de volle 25 jaar meedraaien als verantwoordelijke voor de techniek, daarin vooral bijgestaan door Marc D’Haenens (18 producties) en Edwin De Dyn (12 producties).

     

Flor Delens was gedurende meer dan 10 jaar onze (eerste) toneelmeester, een taak die hij met een militaire discipline uitvoerde en waardoor hij ook een betrouwbare en gewaardeerde schakel was tijdens de toneelvoorstellingen. Deze taak wordt sinds 1999 met eenzelfde toewijding waargenomen door Bert Van der Schueren.

Voor grime konden we in bijna onze hele geschiedenis een beroep doen op de vaardigheid van Machteld Scheldeman. Zij was er 22 jaar bij en we vinden het jammer dat ze in 2006 een punt zette achter haar toneelactiviteiten. Ook Cindy Goeman, Denise De Mol en Annick Wettinck waren op dit terrein betrouwbare en gerespecteerde medewerksters met 16 jaar dienst.

     

Geschiedenis d'Eglantier Onder de acteurs ook enkele speciale vermeldingen: Achiel Erauw die tien jaar het beste van zichzelf gaf en een voorbeeld was voor allen. Maurice De Bremme is onze recordhouder met het aantal deelnames aan producties, nl. 18 ! Maar ook Gino Venneman, Henriette Roels, Renske De Bremme, Piet Clinckspoor, Herwig Smetryns en Nadine Vereecken stonden talloze malen op scène. Maar zij stonden zeker niet alleen in de spots. In 25 jaar voelden niet minder dan 56 verschillende acteurs de toneelplanken onder de voeten !

Het spreekt vanzelf dat we zonder de belangeloze inzet van al deze medewerkers, nooit hadden kunnen realiseren wat we in de voorbije jaren gepresteerd hebben. Er zijn echter nog zovele anderen die instonden voor tekststeun, onthaal, bar, opkuis, enz., de taken die misschien minder gezien werden, maar daarom niet minder belangrijk waren. Wij koesteren ze allemaal, want zoals in de meeste verenigingen is het niet gemakkelijk om vrijwilligers en vooral ook ‘vers bloed’ te vinden.

Infrastructuurperikelen

Het Jeugdheem, van oorsprong het parochiezaaltje van de gemeente Serskamp, is steeds ons ‘toevluchtsoord’ geweest, zowel voor onze toneelproducties, als voor onze feestjes en recepties.

Geen enkele andere zaal kwam in 1984 in aanmerking om toneelopvoeringen mogelijk te maken: zaal Volkskring die met Hoger Streven hoogdagen had gekend, was niet meer die “moderne zaal” waarover eerder sprake was. Ook zaal Astrid waar destijds nog aan toneel werd gedaan, was in verval geraakt.

Geschiedenis d'Eglantier Het Jeugdheem was eveneens in bedenkelijke staat in de beginperiode van d’Eglantier, maar werd gelukkig snel gerenoveerd, toen men merkte dat onze toneelkring bomvolle zalen lokte. Het was alleen jammer dat bij die aanpassingswerken nooit aan de toneelvereniging werd gevraagd welke hààr behoeften waren. De kleine zaal zelf werd niet uitgebreid en ook het podium bleef zijn minimale afmetingen behouden. Ook de elektriciteitsvoorzieningen werden onvoldoende aangepast. Al waren we wél tevreden met het nieuwe sanitair, het keukentje, de nieuwe verwarmingsinstallatie en de twee zaaltjes die werden aangebouwd. Maar al bij al een eerste gemiste kans moet men, achteraf bekeken, toch besluiten!

Het podium zelf werd door onze toneelkring een eerste keer aangepakt, met een nieuw toneeldoek met katrolsysteem, versteviging van de plankenvloer en een trapje. Nadien, enkele jaren geleden, werden de podiumplanken nogmaals verstevigd wegens veiligheidsrisico’s.

De afmetingen van het podium hebben d’Eglantier echter steeds voor ernstige problemen gesteld die als het ware een hypotheek vormden op het brengen van ‘normaal toneel’, zoals dat op andere plaatsen verwacht kan worden. De problemen op een rijtje:

  • Decorwisselingen: niet mogelijk omdat er geen ruimte achter scène is waar decorpanelen, meubilair of rekwisieten gestockeerd kunnen worden.
  • Grote meubels, zoals bijvoorbeeld een volwaardig salon, komen niet in aanmerking, omdat het speelveld tot een minimum herleid zou worden.
  • In de hoogte werken: kan niet door het kleine kijkvenster van het podium. Als een acteur op scene op een stoel moet staan, is zijn hoofd niet meer zichtbaar achteraan in de zaal ! Door het lage plafond vlak voor het podium ontstaan ook problemen voor de belichting: het spotlicht kan onvoldoende gespreid worden en de spots staan zó dicht bij de acteurs dat dit zorgt voor ‘oververhitte’ toestanden.
  • Grote rolbezettingen: een utopie, want je kan nooit veel volk tegelijk op de Jeugdheem- scène plaatsen.

Dat alles maakt dat stukkeuzes heel beperkt en moeilijk worden. Van het toneelaanbod verdwijnt zo, noodgedwongen, 2/3 in de papiermand !

Reken daarbij ook nog het veel te zwakke elektriciteitscircuit dat ervoor zorgt dat we niet te veel spots e.d. kunnen gebruiken. Als in de keuken bijvoorbeeld tegelijk een koelkast en een frituurpan gebruikt dienen te worden, samen met toneelverlichting, leidt dat onvermijdelijk tot stroomproblemen. Vooral in de beginperiode zorgden stroompannes voor hinderlijke onderbrekingen van het toneelspel. Gelukkig is dat na de aanpassingswerken iets verbeterd, maar het is nog steeds opletten geblazen.

Na de aanpassingswerken in de zomer van 1985, werd ook nieuw meubilair voorzien. Nu, bijna 25 jaar later, heeft dit echter ook zijn beste tijd gehad en zou gerust gedacht mogen worden aan nieuwe, praktische (stapelbare) tafels en vooral ook iets comfortabelere stoelen die meer beantwoorden aan het hedendaagse theatercomfort dat door de doorsnee-toeschouwer wordt verwacht. Stoelen zijn er trouwens onvoldoende voorradig als we toneelopvoeringen willen brengen. We moeten dan ook een beroep doen op stoelen die de gemeente ons extra ter beschikking wil stellen of op huurstoelen.

We zijn echter ook niet blind voor de voordelen die het Jeugdheem ons al die jaren heeft geboden:

  • Vanaf de eerste repetities hebben we ieder jaar het zaaltje en het podium volledig ter onzer beschikking, iets wat andere kringen ons wel eens benijden, want op andere plaatsen kan vaak pas op het podium gerepeteerd worden enkele weken of zelfs maar één week voor de voorstellingen.
  • Ook de kostprijs voor het gebruik van de zaal valt mee, omdat de tarieven voor gemeentelijke verenigingen laag liggen. Tóch betaalden we al die jaren veel méér dan we eigenlijk moesten. Jaarlijks werd een bedrag overgemaakt tussen de €500 en €800 aan de vzw Parochiale Werken en nadien aan de vzw Jeugdheemcomité. Ruw geschat hebben we in die 25 jaar wellicht een bedrag tussen de €15.000 en €17.000 betaald aan de Jeugdheembeheerders, waardoor we met zeer ruime voorsprong de grootste sponsor zijn van deze infrastructuur.
  • Door de grootte van de zaal kan niet ontkend worden dat er ook een zekere gezelligheid van uitstraalt. Bijna iedere toeschouwer heeft een plaats met goede zichtbaarheid.

Toen begin jaren negentig de gemeenteschool werd vernieuwd, bood zich een nieuwe kans aan om Serskamp van een betere toneelzaal te voorzien. De polyvalente zaal, in feite de sportzaal van de school, kon aangepast worden, of een nieuwe schoolfeestzaal kon voorzien worden, twee opties die ‘in de running’ zijn geweest. Uiteindelijk werd geen van beide opties gelicht en daar lag toen, tot onze grote verbazing en spijt, een politiek spel van aan de basis. Nochtans had burgemeester John Taylor ons eerst gepolst over onze wensen bij verbouwingen in ons voordeel. Finaal kregen we het deksel op de neus…en werd alweer een kans gemist.

Nadien zijn er nog andere pistes bewandeld, zoals de aankoop en verbouwing door de gemeente van zaal Volkskring. Dat plan werd echter, na verscheidene schuchtere pogingen in die richting, definitief opgeborgen toen de eigenaars de zaal recent lieten slopen en ze vervingen door nieuwbouwappartementen.

Of tóch nog hoop ?

Na de laatste gemeenteraadsverkiezingen kwam het schepencollege met een nieuw plan aanzetten, nl. een gloednieuwe toneelzaal die gerealiseerd zou worden in de tuin van de voormalige pastorie. Er zou, volgens cultuurschepen Kenneth Taylor, schot in de zaak zitten. We hopen, samen met hem, dat dit plan effectief gerealiseerd kan worden, zodat wij na al die jaren van vragen aan de beleidsvoerders, toch beloond worden en Serskamp modern en degelijk toneel kunnen bieden, zoals dat ook in de andere Wichelse deelgemeenten kan.

Geschiedenis d'Eglantier Komt ze er of komt ze er niet? De komende jaren zullen het ons leren. We zijn de huidige beleidsvoerders in ieder geval dankbaar dat dit project in overweging wordt genomen. We danken de gemeente ook voor de jarenlange logistieke steun (stoelen, podia, vlaggenmasten,…) die we van haar kregen, voor de subsidies die we ieder jaar mochten ontvangen en ook voor de huldiging die ons al eens te beurt viel op 16 april 1994 ter gelegenheid van ons 10-jarig bestaan en, ten slotte, voor de huldiging die ons ook werd beloofd op 26 april 2009 voor ons 25-jarig jubileum.

Om te besluiten: een paar woordverklaringen

In de 17de eeuw was er in Amsterdam een Rederijkerskamer met de naam “De Eglantier” wiens zinspreuk was “In liefde bloeiende”. Onder hun leden konden ze o.a. rekenen : Pieter Corneliszoon Hooft (magistraat), dr. Samuel Coster (medicus) en Gerbrand Adriaenszoon Bredero, allemaal auteurs van nog steeds gekende toneelstukken. In die tijd hadden de opvoeringen plaats in kamers. Het waren zij die de term “schouwburg” bedachten.

‘t Floeren (h)Olleke. Reeds jaar en dag meldt d’Eglantier in het programmaboekje dat de “bar” en “’t Floeren Holleke” open zijn voor en na de voorstelling en tijdens de pauze. Uit onderzoek blijkt dat “‘t Floeren Holleke” een kleine ruimte is waar bij schaarse verlichting (een lampje met de naam van dit etablissement) het gerstenat rijkelijk vloeit. De bezoekers van deze ruimte in het parochiezaaltje waar de opvoeringen traditiegetrouw plaats vinden, hebben er veel leute en blijven er - ook naar gewoonte - nog lang nakaarten. Een bijwerking aan een bezoek aan ‘t Floeren Holleke blijkt veelvuldige stoelgang te zijn, waardoor de bezoekers er meestal een pijnlijke ‘achterpoort’ aan over houden. Tevens werden er voor de oprichting door de klanten gedurende uren moppen verteld. Op een bepaalde avond werden er zodanig veel verhaaltjes verteld over homo-toestanden dat dit bruine caféetje de naam “‘t Floeren Holleke” meekreeg. Jarenlang werd deze afspanning uitgebaat door gelegenheidswaard Albert De Swaef.

Tekst: Joris Baetens en Gino Venneman